Als je eraan denkt om de Camino de Santiago (ook wel gekend als de Jacobsweg, de Sint-Jacobsroute of de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella) te wandelen, dan deel ik hier mijn 100% praktische ervaring, met alle trucs en tips die ik graag had willen weten vóór ik vertrok.
Mijn profiel als reiziger
20 jaar geleden deed een studiegenoot de Sint-Jacobsroute, en dat verhaal is me altijd bijgebleven. Toen ik eindelijk besliste om te gaan, vergeleek ik verschillende routes en periodes en had ik twee duidelijke criteria:
- Ik wilde een mooie ervaring eind augustus (zacht weer, zonder extremen).
- Tegelijk wilde ik drukke, overvolle routes vermijden.
Daarom koos ik voor de Portugese Kustroute, met start in Baiona en aankomst in Santiago in zes dagen (met stops in Vigo, Redondela/Cesantes, Pontevedra, Caldas de Reis en Padrón). Het is een heel gevarieerde route (zee, stranden, dorpjes en bosstroken) en veel minder druk dan andere opties.
Wat voor soort reiziger ben ik en hoe pakte ik de Camino aan?
- Minimalist: ik wandelde met een rugzak van 4,5 kg. Licht reizen liet me meer genieten, bewegen zonder pijn en niet “vechten” met bagage aan het einde van elke etappe.
- Rust op één: ik slaap licht en moet goed slapen, dus ik gebruikte geen albergues. Ik koos voor hostels, pensions en appartementen. Ik boekte op voorhand (voornamelijk via Booking) om ’s avonds niet te moeten improviseren en omdat veel albergues geen reservaties vooraf aanvaarden.
- Planning: ik had de etappes vastgelegd, de overnachtingen vastgeboekt en wat marge voor mooie kleine omwegen (bv. watervallen vóór Caldas de Reis of stukken kust buiten het “officiële” traject als het weer meezat).
- Betalingen: in Galicië heb je soms cash nodig (stadsbussen, kleine bars). Muntgeld bij hebben bespaarde me gedoe.
Welke kleren nam ik mee?
Mijn regel was: lichte laagjes, sneldrogend en weinig stuks. Je hebt niet veel nodig, maar wél de juiste dingen:

- Rugzak: ik kocht deze Quechua NH100-rugzak van 30L bij Decathlon, voor € 13,99. Hij is superlicht en je krijgt er verrassend veel in.
- Bovenkleding: 2 technische/ademende T-shirts die snel drogen (ik wisselde ze af: ’s avonds wassen, ’s nachts laten drogen), en een lichte thermische laag voor frisse ochtenden.
- Onderkleding: 2 technische shortsen om te wandelen, en een lange broek voor het geval het frisser werd (die heb ik geen enkele dag aangedaan).
- Ondergoed: 3 onderbroeken die snel drogen.
- Regenkledij: in Galicië komt regen en verdwijnt die weer. Let op: mijn eerste jas was niet echt waterdicht en ik moest in Redondela een regenjasje kopen; als ik het opnieuw deed, zou ik vanaf dag 1 een goeie meenemen. Ik raad je trouwens ook aan om een waterdichte rugzakovertrek te kopen (ik kocht deze bij Decathlon).
- Schoenen: ik paste de minimalistische stijl ook toe op mijn schoeisel: ik nam minimalistische sandalen mee (deze huaraches van Pies Sucios) en minimalistische schoenen (die ik maar één dag droeg). Ik deed 95% van de Camino op de sandalen (en sommige stukken zelfs op blote voeten), omdat het weer met gemiddeld ~24 ºC perfect was (en zo vermeed ik blaren).
- Kleine extra’s die het verschil maken: zonnecrème (je wandelt 5–6 uur per dag en zelfs op een bewolkte dag kan je verbranden), tandpasta, deodorant, lenzenvloeistof, een drinkfles (onmisbaar), zonnebril, een ziplockzakje voor documenten en gsm als het regent, en een klein EHBO-setje.
Waarom deze route (en waarom in augustus)?
- Klimaat & periode: eind augustus heb je in Galicië vaak ongeveer 23 ºC, afwisselend zon en wolken en korte buien. Voor mij was dat ideaal: ik kon stranden en bossen afwisselen zonder verstikkende hitte.
- Afwisselend landschap: ik wou niet constant in bos lopen, maar ook niet alleen door dorpjes. Hier heb je kust, promenades, rustige dorpjes en groene stukken. Bovendien is het traject vrij vlak en niet erg lastig.
- Matige drukte: ik merkte veel minder volk dan op bekendere routes. Daardoor kon ik in mijn tempo wandelen, reflecteren en toch altijd services vinden als ik ze nodig had.
Is het beter om een agentschap alles te laten regelen, of alles zelf te doen?
Toen ik mijn route plande, vroeg ik een offerte aan bij Santiago Ways en Orbis Ways (ter info: ze zitten in dezelfde holding).
Het voordeel: je hoeft zelf niets te zoeken of te boeken (overnachtingen, maaltijden, enz.) en het is superhandig als je weinig tijd hebt of stress krijgt van logistiek.
Mijn realiteit: de prijs die ik kreeg voor alleen overnachting + maaltijden kwam neer op ongeveer wat mijn volledige trip mij kostte als ik alles zelf deed (vluchten inbegrepen). Zelf organiseren was dus goedkoper, flexibeler en eerlijk gezegd ook leuker. Als je niets wil plannen of je reist in absolute topdrukte, kan een agentschap zinvol zijn; anders wint “Do It Yourself” met vroeg boeken en flexibele annulatie.
Wat is de Pelgrimscredencial en hoe werkt het?

De Pelgrimscredencial is je “paspoort” van de Camino: daarmee laat je je route stempelen en, eenmaal in Santiago, kan je de Compostela aanvragen en krijgen. Het hoort bij een traditie met meer dan duizend jaar Europese geschiedenis: sinds de Middeleeuwen volgden duizenden wandelaars de Jacobsweg naar Santiago. Vandaag leeft diezelfde essentie voort dankzij het netwerk van Camino-vriendenverenigingen, die de bewegwijzering, de albergues en de typische gastvrijheid van deze route mee in stand houden.
Om ze te krijgen moet je minstens 100 km wandelen (of 200 km fietsen). In de praktijk vragen ze in de laatste 100 km twee stempels per dag; maar ik stempelde minstens drie keer per dag voor de eenvoud (’s ochtends in de accommodatie en rond de middag in een bar/kerk/toerismekantoor).
Ik kocht mijn credencial in Baiona (Hotel Anunciada, voor € 3). Op de eerste pagina staat een QR-code die je moet scannen; daarna vragen ze je basisgegevens (naam, startpunt, enz.). Je krijgt vervolgens een alfanumerieke code die je moet noteren—dat is ook de code die je in Santiago de Compostela (in de Pelgrimsbureau) moet doorgeven: je toont je code, ze controleren je stempels en je krijgt de Compostela.
Eenvoudig plannen: Booking + app Buen Camino
Ik regelde alles zelf via Booking, omdat dat het eenvoudigst is: accommodaties met flexibele annulatie, alles gecentraliseerd in de app (adressen, check-in, last-minute wijzigingen) en nul stress aan het einde van elke etappe.
Voor oriëntatie en varianten gebruikte ik de Buen Camino-app (kaarten, omwegen, profielen en bezienswaardigheden): die hielp me om Vigo via de haven te verlaten, om kuststukken te kiezen als het weer meezat, en om stempels te vinden.
Dag 1 – Van Barcelona naar Baiona (via Vigo)
Hoewel de meeste mensen de Portugese Camino starten in Tui (Portugal), wilde ik beginnen in Baiona om één simpele reden: van daar tot Santiago is het ongeveer 120 km, de perfecte afstand om te verdelen in zes echte Camino-dagen (met marge voor mooie omwegen en een extra dag in Santiago). Bovendien, omdat het de Portugese Kustroute is, kreeg ik precies wat ik eind augustus zocht: afwisselend landschap (stranden + groen) en minder drukte dan op populairdere routes (en veel mooier dan de centrale Portugese Camino-route).
Ik vertrok op 27 augustus uit Barcelona met Vueling. In de zomer is Vigo een bestemming met wispelturige weersomstandigheden, en dat merkte ik: mijn vlucht stond gepland om 13:30 maar vertrok pas rond 15:00 door omstandigheden op bestemming. Geen drama: de vlucht duurt minder dan twee uur en de luchthaven Peinador is klein; met een lichte rugzak (4,5 kg) stond ik na vijf minuten buiten.
Van de luchthaven naar het centrum nam ik bus A1. Die kost € 1,63, rijdt om de 30 minuten, doet er ongeveer 25–30 minuten over, en hier komt de eerste praktische Camino-tip: je kan niet met kaart betalen en de chauffeur geeft maar wisselgeld tot € 10. Met muntgeld bespaar je je het gedoe van op het laatste moment wisselgeld zoeken.

Ik stapte uit bij Vialia Vigo (intermodaal station), dat tegelijk een shoppingcenter is: ik kocht water en bananen voor de namiddag en ging verder volgens plan. Ik wou nog even door Vigo wandelen, maar door de vertraging moest ik bijsturen: meteen door naar Baiona om rustig te kunnen aankomen.
De intercitybus naar Baiona vertrekt vanuit hetzelfde station. Het is een rit van minder dan een uur en heel mooi: als je kan, ga rechts zitten om de ría te zien.
Baiona verwelkomde me met precies die kustsfeer die ik zocht: toeristisch, ja, maar aangenaam.

Ik liet mijn rugzak achter in het pension en ging avondeten in het centrum (ik eindigde met crêpes), een korte wandeling en dan slapen: het plan voor dag 1 was niet “alles zien”, maar uitgerust aankomen om de volgende dag echt te beginnen wandelen.
Een belangrijke opmerking over de Pelgrimscredencial in Baiona. Ik had ook gelezen dat je die in de kerk kon kopen; dat klopt niet. De kerk opent in de namiddag, maar geeft ze niet uit. Ik kocht ze in Hotel Anunciada (in het hart van het centrum) voor € 3. Dat is de snelle manier: binnen, vragen, buiten—en klaar om vanaf dag 2 te stempelen.
Waar sliep ik in Baiona?
Ik sliep in Pensión O Escondidiño, op vijf minuten van het centrum en met een Eroski naast de deur om nog snel inkopen te doen. ’s Nachts stil, comfortabel bed en geen verrassingen: precies wat ik nodig heb omdat ik licht slaap.
Dag 2, Etappe 1 – Van Baiona naar Vigo
Totale afstand: 27 kilometer | Duur: 6u 46 minuten
Ik werd rustig wakker in Baiona en het eerste wat ik deed was mijn credencial laten stempelen in Pensión O Escondidiño. Voor ik vertrok, maakte ik nog een laatste wandeling door het centrum van Baiona. Het weer zat mee (heldere hemel en zachte temperatuur), dus ik nam een beslissing die de etappe zou bepalen: de kustvariant volgen om zo dicht mogelijk bij zee te blijven.

Niet lang na vertrek leidt de route je richting Sabarís. Dat is een klein dorp met een hoofdstraat en een brug van Romeinse oorsprong over de Miñor. Meteen na de brug is links het toerismekantoor: handig als je de splitsing wil bevestigen tussen het binnenlandtraject (directer en met wat meer schaduw) en het kusttraject (mooier qua uitzicht). Met goed weer ging ik zonder twijfel voor de kust.
De kustroute is hier echt een cadeau: promenades langs het water, stukken letterlijk over het zand, en dat gevoel dat je langs kleine strandjes wandelt waar ’s ochtends bijna niemand is. Eind augustus kwam ik maar weinig pelgrims tegen; vooral locals en surfers.

Hoe verder je gaat, hoe meer het landschap aaneenrijgt: Ramallosa – Playa América (Nigrán) – Patos – Samil. Het is een lange maar geleidelijke etappe: niet zwaar, maar je voelt het wel als je laat vertrekt. Ik begon die dag pas rond de middag (ik moest nog een paar dingen regelen) en stopte om te eten bij Playa de Patos. Ik had een restaurant met uitzicht op het oog, maar het zat vol. Les geleerd: in het hoogseizoen is reserveren slim als je aan de eerste lijn wil zitten. Ik improviseerde met een simpele plek ernaast en at snel om door te kunnen.
De intocht in Vigo duurt eindeloos als je moe aankomt: een grote stad, lange avenues en een boulevard die maar blijft doorgaan. Geduld. Het goede nieuws: je ziet de Cíes-eilanden in de verte en je schuift stap voor stap de stedelijke vibe in.
Waar sliep ik in Vigo?
Ik koos voor Hotel Arsus, midden in het centrum: op 5 minuten van Calle del Príncipe en op 2 minuten van Vialia Vigo (het intermodale station met shoppingcenter). Die locatie is goud waard: je kan snel proviand kopen en de volgende dag makkelijk via de mooie route langs de haven vertrekken zonder omwegen.
Een logistieke tip die me enorm hielp voor de volgende etappe: het is beter om “na” de rotonde van Plaza de España te overnachten, dicht bij het station (trein/bus) of het historisch centrum. Zo vermijd je dat je de volgende ochtend eerst gratis omhoog moet. Ik sliep hier rustig en ging naar bed met het gevoel dat de etappe goed benut was: zee, zand en een grote stad die op me wachtte voor de volgende dag.
Dag 3, Etappe 2 – Van Vigo naar Redondela (Cesantes)
Totale afstand: 24 kilometer | Duur: 5u 41 minuten
Ik werd wakker in het centrum van Vigo met een logistiek voordeel: slapen “aan de andere kant” van Plaza de España betekende dat ik niet begon met een gratis klim. Ik daalde af naar de haven om aan te sluiten op de mooie vertrekroute die de Buen Camino-app aanraadt en stapte meteen ook binnen bij het toerismekantoor van Vigo (hier) om de eerste stempel van de dag te zetten. Op dat uur was de stad rustig, met een graad of 22 ºC en die typische Galicische lucht: afwisselend wolken en opklaringen.

Het vertrek via de haven is aangenaam en rechttoe rechtaan, maar zodra je Vigo achter je laat komen de eerste serieuze hellingen. Niets onoverkomelijk, maar je voelt ze: het traject schakelt tussen stedelijke stukken en paden en brengt je stap voor stap naar boszones. Hier duiken ook de gele pijlen en schelpen van de officiële route op, dus verdwalen is moeilijk. Ik kruiste meer pelgrims dan de dagen ervoor, maar het bleef heel rustig; nog een reden waarom ik deze variant zo graag heb: je kan in je eigen ritme stappen en desnoods in stilte wandelen.
Het weer deed z’n ding: een paar korte buien gevolgd door opklaringen. Een regenjas lost dat op… met één nuance. In Redondela merkte ik dat mijn jas eigenlijk niet echt waterdicht was en moest ik daar een regenjasje kopen. Als ik opnieuw begon, nam ik vanaf dag 1 al een goeie mee.
Praktisch gezien is water en iets te eten meenemen slim. Tussen Vigo en Redondela zijn er niet veel comfortabele stops. Halfweg, in Cabanas, is er een restaurant met zicht op de Rande-brug (“O Eido Vello Cabanas”, hier) dat ik eerlijk gezegd duur vond voor wat het is, en met te veel verbodsbordjes—dat haalt de charme weg. Als je nog energie hebt, wandel beter door en doe later een korte pauze; het bos en de opklaringen vragen erom.
De aankomst in Redondela kondigt een ritmeverandering aan: een klein dorp met behoorlijk wat pelgrims en albergues die snel vol lopen. Omdat mijn plan was om goed te slapen en het al laat was, besloot ik daar niet te blijven en nog wat door te stappen naar Cesantes.

Waar sliep ik in Redondela/Cesantes?
Ik koos voor Hostal Antolín (Cesantes). Het ligt tegenover het strand, in een heel rustige zone en met fantastisch zicht op de Rande-brug. De kamer was ruim en modern, met een grote douche en een terras/balkon dat uitkijkt op de ría: luxe om de benen te strekken en op adem te komen na de etappe. De omweg van 20 minuten vanaf de Camino is het waard als je stilte en uitzicht belangrijk vindt. Bonus: je kan ’s ochtends je credencial laten stempelen aan de receptie voor je weer vertrekt.
Ik sloot de dag af met een praktische keuze: omdat ik op Booking goede reviews zag voor het hotel maar op Google minder goede opmerkingen over het restaurant (vooral over het eten), ging ik voor een picnic-avondmaal. Ik kocht brood, kaas en salade en at dat met druiven op de kamer; simpel, goedkoop en perfect om te herstellen.
Dag 4, Etappe 3 – Van Redondela naar Pontevedra
Totale afstand: 22 kilometer | Duur: 5u 51 minuten
Ik startte de dag in Cesantes en sloot weer aan op de Camino na de omweg via het hotel (ongeveer 20 minuten wandelen langs het water). Een typische Galicische ochtend: wolken, 23 °C, wat opklaringen en dat zachte licht dat uitnodigt om te stappen. Er waren meer mensen dan op de vorige dagen—koppels, wat solo-wandelaars—maar zonder druktegevoel.
Het vertrek vanuit Redondela is een mix: eerst wat stad om op te warmen en al snel bos. De ondergrond is gevarieerd (aarde, steen, hier en daar een korte rots—zonder handen) en met gematigd hoogteverschil; niets extreem, maar het telt op. Mijn routine werkte hier goed: ’s ochtends een eerste stempel in het hotel en dan wandelen met de “formaliteiten” al afgehandeld.

Tegen de late voormiddag kwam ik aan in Arcade, voor mij de stop van de dag: ik zette de tweede stempel, ging even zitten en at calamares. Ik raad aan om in Arcade te eten om twee redenen: je eet er goed en vooral: daarna zijn er niet veel opties meer tot Pontevedra. Bij het vertrek steek je de Puente de Sampayo over, een mooi punt in de etappe dat je terug in “Camino-modus” zet.
Net voor Pontevedra is er een splitsing (ook duidelijk aangegeven in de Buen Camino-app). Uit nieuwsgierigheid ging ik rechtdoor langs de weg: het is directer, maar ik zou het niet opnieuw doen; troosteloze dorpjes, bijna geen auto’s, maar ook geen services of charme. Als je liever een aangenamere ervaring hebt, kies dan voor de langere maar mooiere variant.
De aankomst in Pontevedra is welkom: de laatste kilometers zijn goed te doen en plots sta je in de oude stad. Ik kwam vroeg genoeg aan om nog even te wandelen en mijn logistiek voor de volgende dag te bekijken (spoiler: zondag in Pontevedra betekent veel gesloten winkels; koop dus best alles wat je nodig hebt op zaterdag bij aankomst).

Voor het avondeten ging ik naar bar Bodegon Arca, net buiten het centrum (ongeveer 8 minuten wandelen) met goede beoordelingen op Google/TripAdvisor: de octopus was erg lekker, maar duur voor wat het was (€ 13 voor het bord) en in het algemeen krijg je in het centrum betere prijs-kwaliteit. Als je met je budget rekening houdt, zou ik in het historisch centrum blijven.
Waar sliep ik in Pontevedra?
Ik verbleef in Hotel Ruas, naast Plaza de la Verdura. Perfecte ligging om alles te voet te doen, maar ik zou het niet aanraden als slapen je prioriteit is: slechte geluidsisolatie, ouder meubilair en je hoort alles. Het voldoet qua locatie en weinig meer; als je kan, zoek iets centraal maar stiller.
Dag 5, Etappe 4 – Van Pontevedra naar Caldas de Reis
Totale afstand: 24 kilometer | Duur: 5u 48 minuten
Ik vertrok op zondag uit Pontevedra en de stad was bijna stil: rolluiken naar beneden, weinig mensen en amper winkels open. Dat detail beïnvloedt je logistiek; wat je de dag ervoor niet koopt, is die dag lastig te vinden. Na enkele minuten buiten het centrum dook de Camino het bos in. Het pad was aarde met wat modder door de nachtelijke regen en smalle stukken die je deelt met fietsers; ze duiken soms zonder waarschuwing op, dus opletten. Het was geen zware klim, maar wel een zachte, constante stijging die je benen opwarmt. Ik kwam bijna niemand tegen en die rust hielp om in mijn ritme te wandelen en na te denken.

Toen het bos openbrak, stopte ik om te eten in de Mesón Don Pulpo in Barro: een goed belegde bocadillo en een frisdrank voor € 9. Het was zondag en er was niet veel anders open, dus dit was exact wat ik nodig had om licht verder te kunnen. Van daaruit veranderde het landschap naar wijngaarden, landelijke paden en kleine dorpen. Minder fotogeniek dan de kust, maar heel wandelbaar en ideaal om een constant tempo te houden.
Net voor de ingang van Caldas maakte ik een heel korte omweg—vijf minuten heen en vijf minuten terug—naar de Fervenzas da Barosa (Área Recreativa da Barosa). Dat was een schot in de roos: opeenvolgende watervallen, natte rots en een frisse plek die de monotonie van het einde van de etappe doorbrak. Ik bleef even luisteren naar het water en ging dan verder.

Ik kwam rond vijf uur ’s namiddags aan in Caldas de Reis. Het is een klein stadje en op zondag nog rustiger. Daar snap je meteen waarom veel pelgrims hetzelfde doen bij aankomst: naar de openbare thermale bron gaan en je voeten in heel warm water steken (ongeveer 40 °C). Dat “ritueel” is eigenlijk gewoon een snelle voetbad: ontsteking afremmen, overbelasting kalmeren en je lichaam terug naar rust brengen na uren wandelen. Tien minuten daar veranderden mijn beengevoel compleet.
Met half het dorp gesloten werd het avondeten simpel en zonder pretentie: een kebab in de buurt en dan slapen. Het was een korte maar complete dag: bos in het begin, daarna veld en dorpjes, een nuttige stop in Barro, een mooie omweg naar de watervallen en thermen om af te sluiten met “nieuwe” voeten.
Waar sliep ik in Caldas de Reis?
Ik verbleef in appartement Terra de Augas II, op één minuut van het centrum. De sleutels lagen beneden klaar en ik kon meteen binnen; lange douche, wat opruimen en stilte om te herstellen. Op zondag in een appartement aankomen was een goede zet: met weinig open opties maakte mijn eigen ruimte de namiddag eenvoudiger en was ik klaar voor het stuk richting Padrón de volgende dag. Bovendien had ik het hele appartement (twee slaapkamers en in totaal 4 slaapplaatsen) helemaal voor mezelf.
Dag 6, Etappe 5 – Van Caldas de Reis naar Padrón
Totale afstand: 21 kilometer | Duur: 5u 32 minuten
Ik stond op zonder haast: deze etappe is kort (16–17 km) en perfect om energie bij te tanken vóór de finale naar Santiago. Het was maandag, dus voor ik vertrok liep ik even langs de markt in de hoofdstraat en—bijna als ritueel—ging ik nog eens naar de openbare thermale bron om mijn voeten te laten weken.

Ik begon te wandelen rond 12:00. De eerste kilometers gingen door rustige straten en schaduwrijke paden, en al snel het bos in. Er viel een korte bui (typisch Galicië), net genoeg voor modder en plassen; toen het opklaarde, was het pad fris en comfortabel. Op dat uur was er weinig pelgrimsverkeer, dus ik kon in mijn tempo doorstappen, zonder stress.
Om 14:00 deed ik de stop van de dag in de Bar Esperón: een volledige bocadillo + Nestea voor € 6,50. Simpel, betaalbaar en perfect om je maag niet te belasten. Vanaf daar werd het traject heel gevarieerd: stukken aarde, wijngaarden, kleine dorpjes en landelijke paden. Net door die constante afwisseling was dit één van de etappes die ik het meest genoot; het voelt nooit zwaar en het bomenwerk geeft schaduw als de zon doorkomt.

Het laatste uur voor Padrón was opvallend aangenaam: ik begon banken en fonteinen tegen te komen om even te zitten, handen te wassen of zelfs mijn voeten te verfrissen. Rustig wandelend kwam ik rond 18:00 aan in Padrón. Als ik eerlijk ben: ik had zelfs later kunnen vertrekken; met een constant tempo doe je deze etappe in ongeveer 4u 30.
Waar sliep ik in Padrón?
Ik verbleef in Apartamento Salomé, in een centrale buurt. Zo dicht bij het historisch centrum en het Camino-tracé zitten maakte het makkelijk om de volgende dag vroeg te vertrekken zonder extra meters. Omdat alles dichtbij was (plein, bars en een paar winkels), kon ik ook rustig eten en mijn rugzak klaarzetten voor de laatste dag.
Dag 7, Etappe 6 – Van Padrón naar Santiago de Compostela
Totale afstand: 29 kilometer | Duur: 7u 18 minuten
Het regende bij zonsopgang en ik besliste om even te wachten. Ik vertrok uit Padrón rond 10:30, wetende dat ik ongeveer 26 km voor de boeg had en dat het een lange dag zou worden. Het begin was niet bijzonder mooi: de eerste kilometers langs de weg, door eenvoudige wijken en dorpjes om ritme te vinden. Gaandeweg werd het traject afwisselender: bos- en veldstukken die het asfalt verzachten en je hoofd fris houden. Er waren meer pelgrims dan op de vorige dagen; je voelde dat dit voor velen de laatste push was.

Praktisch verraste één ding me: in de laatste twee uur zijn er niet veel plekken om iets warms te eten. Ik eindigde met een koude bocadillo in een bar op ongeveer twee uur van Santiago, omdat er weinig anders was.
De finale voel je. Vóór je Santiago binnenkomt is er een viaduct en wordt het weer stedelijk; niet het mooiste stuk, maar je moet erdoor. Het zwaarste komt op het einde: het laatste uur is bijna volledig bergop. Ik deed een korte pauze in Ames om bij te tanken, en dat raad ik aan: die ademruimte helpt om de laatste klim met een ander gezicht aan te pakken.

Ik kwam aan in Santiago (en voltooide de Camino) na ongeveer vijf uur effectieve wandeltijd. Mijn eerste stop was Plaza del Obradoiro. Dat moment is simpel en genoeg: zitten, naar de Kathedraal kijken (ik werd ontvangen met zon) en de aankomst delen met mensen die je vergezellen zonder dat je ze echt kent. Daarna het laatste “papierwerk” in de Pelgrimsbureau (links van de Kathedraal): met een credencial vol stempels scan je de QR en in enkele minuten heb je de Compostela. Ik nam ook het certificaat met de kilometers (€ 2) en kocht de kartonnen koker (€ 3) om alles netjes te bewaren zonder kreuken in mijn rugzak. Klaar: Camino afgerond.
Waar sliep ik in Santiago?
Ik sliep twee nachten (de nacht van aankomst en de volgende dag om Santiago de Compostela te ontdekken) in Casa Diocesana Vía Lucis. Het is een eenvoudige maar heel rustige plek, met de sfeer van een diocesaan huis: sober, verzorgd en gericht op pelgrims die vooral goed willen slapen na de laatste etappe. Exact wat ik die dag nodig had: stilte, orde en een comfortabel bed om te “ontladen”.
Qua logistiek werkte het voor mij heel goed: je raakt te voet zonder gedoe aan de Kathedraal en het Pelgrimsbureau, en tegelijk zit je ver genoeg van de drukte van het historisch centrum om zonder lawaai te slapen.
Dag 8 – Santiago de Compostela ontdekken
Na het ophalen van de Compostela bleef ik nog een extra dag in Santiago. En ja: dat is het absoluut waard. Ik wilde de stad beleven zonder rugzak, rustig rondwandelen en de Camino afsluiten met een dag “landing”.

In de ochtend wandelde ik zonder haast door het historische centrum: Plaza del Obradoiro, de Kathedraal vanuit verschillende hoeken, arcades, kleine pleinen en die stenen straatjes met pelgrimsvibe op elke hoek. Santiago heeft zo’n middeleeuwse sfeer die je pakt: ambachtelijke winkels, boekhandels, souvenirs, rustige cafés… Ideaal om gewoon te dwalen en pleinen in en uit te lopen alsof je een boek doorbladert.
Rond de middag ging ik naar de Mercado de Abastos en at ik superverse octopus, ter plekke klaargemaakt voor mijn neus. Eenvoudig plan, perfect resultaat: product van de dag, zonder franjes, en weer verder stappen. Dat is zo’n moment dat je onthoudt als je denkt: “Waarom zou ik niet nog een dag blijven?”
In de namiddag deed ik iets symbolisch: ik liet mijn haar knippen. Veel pelgrims knippen hun haar of zetten een tattoo bij aankomst; ik koos voor het eerste. Mijn manier om tegen mijn lichaam te zeggen: “Camino klaar.” Daarna nog wat rondwandelen in het centrum, een paar kleine aankopen en een laatste keer naar Obradoiro om de gevel in het lage licht te bekijken.

Als je twijfelt: mijn advies is duidelijk—hou 24 uur vrij om Santiago echt te proeven. In één dag kan je rustig de kathedraal van de apostel Jakobus bezoeken (met zijn graf), eten op de Mercado de Abastos, verdwalen in het historische centrum en de stad ervaren overdag én ’s avonds. Het is de beste afsluiter om de Camino niet “in het voorbijgaan” te eindigen. De dag erna, met het pelgrimsgevoel dat stilaan afkoelt, was het tijd om naar huis te gaan.
Dag 9 – Van Santiago de Compostela terug naar Barcelona
Laatste zonsopgang in Santiago. Ik vertrok op tijd richting de Intermodale busstation Hórreo. De bus naar de luchthaven neem je buiten, op straat (je hoeft niet binnen in het station): er zijn twee diensten, een directe die ~20 minuten duurt en een andere met meer stops die ~40 minuten duurt. Beide kosten € 1 (ook cash te betalen) en ze rijden van 6:00 tot 22:45. Ik nam de directe en was snel op de luchthaven Santiago–Rosalía de Castro (Lavacolla) om terug te vliegen.
Als je eraan denkt om via Vigo aan te komen en via Santiago terug te vliegen: volgens mijn ervaring loont het om de vluchten apart te kopen. Toen ik prijzen vergeleek, was een “multi-destination” combinatie duurder dan twee enkele tickets (Barcelona → Vigo en Santiago → Barcelona). Door ze apart te kopen had ik betere uren en een betere prijs.

Voor ik afrond, nog één laatste blik op de essentie: het waren ~128 km van Baiona tot Santiago, verdeeld in etappes die gemaakt zijn om te genieten. Ik deed de Camino licht, met eenvoudige logistiek (reservaties met annulatie, credencial bij de hand, twee stempels per dag) en zonder obsessie over tijden. Op verschillende stukken—vooral in bossen of dicht bij Santiago—zijn er niet veel plekken om warm te eten, dus het werkte voor mij om altijd water en wat eten in mijn rugzak te hebben. De rest doet de Camino zelf: landschappen die veranderen, rustige dorpjes, thermen, zee, en die laatste binnenkomst op Plaza del Obradoiro die alles goedmaakt.
Buen Camino!
Veelgestelde vragen over de Portugese Camino
Moet ik een powerbank/draagbare lader meenemen?
Niet noodzakelijk, maar als je je gsm intensief gaat gebruiken (foto’s, kaarten, apps), kan het wel aangeraden zijn. Ik vertrok telkens met 100% batterij en gebruikte mijn eetpauze voor een snelle laadbeurt. Tip die voor mij werkte: vliegtuigmodus tijdens het wandelen en maar af en toe verbinding maken. In mijn ervaring had ik bijna overal 5G-dekking op de route, zelfs in bosstukken, en de bewegwijzering is heel duidelijk.
Zijn er plekken om naar het toilet te gaan?
Verrassend genoeg zijn er bijna geen openbare toiletten langs de route. Meestal is het handig om cafés en bars in de dorpjes te gebruiken. Als het echt dringend is: ga discreet wat verder van het pad, respecteer privé-eigendom en de natuur, en laat alles proper achter.
Hoeveel stempels heb ik nodig en waar haal ik die?
Voor de Compostela moet je minstens 100 km te voet afleggen (of 200 km met de fiets) en in de laatste 100 km heb je twee stempels per dag nodig. Mijn systeem: één ’s ochtends in je verblijf en één rond de middag (bar, kerk of toerismekantoor). In Baiona kocht ik de credencial in Hotel Anunciada (3 €).
Kan ik dit doen met minimalistisch schoeisel?
Ja en nee. Ik heb het voor 95% met minimalistische sandalen (zool van 5 mm) en op blote voeten gedaan omdat ik aan het overschakelen ben naar minimalistisch schoeisel, en ik had geen blaren. Ik had ook minimalistische schoenen mee (zool van 4 mm) en slippers voor de douche. Maar als je voeten het niet gewend zijn, neem je best comfortabele sportschoenen mee (en vermijd de typische zware bergtrekkingschoenen).
Moet ik apps of GPS gebruiken?
De bewegwijzering (gele pijlen en schelpen) is heel goed. Toch heeft de app Buen Camino me geholpen om varianten te kiezen (bv. de mooie uitweg via de haven in Vigo), stempels te vinden en hoogteprofielen te checken.
Heb ik cash geld nodig? Hoeveel?
Ja. Ik raad aan om 50–80 € mee te nemen in kleine biljetten en muntstukken. Handig voor bussen (bv. in Vigo kan je niet met kaart betalen en de chauffeur wisselt maximaal tot 10 €), kleine bars en minimale betalingen. Gebruik je kaart voor de rest.
Zijn er drinkwaterfonteintjes onderweg?
Ja, in dorpen en parken, maar niet op elk stuk van de route. Neem altijd 1–1,5 liter water mee.
Wat doe ik aan als het regent?
In Galicië komt en gaat de regen. Neem een écht waterdichte regenjas mee en een waterdichte hoes voor je rugzak. Lichte lagen die snel drogen en een waterdicht zakje voor je gsm.
Hoe laat is de pelgrimsmis en waar haal ik de Compostela?
In Santiago is er meestal een pelgrimsmis (typisch om 12:00 en 19:30). Voor de Compostela ga je naar het Pelgrimskantoor links van de kathedraal: met je gestempelde credencial scan je de QR-code en je krijgt de Compostela.
Is het veilig om de Camino alleen te doen?
Ja, het is een veilige route, met heel vriendelijke locals en altijd andere pelgrims die ergens voor of achter je wandelen. Basisvoorzichtigheid bij het oversteken van wegen en een fluohesje of licht als je heel vroeg vertrekt (al raad ik aan om rond 9:00–10:00 te starten om meer van de warmte te profiteren).
Welke andere pelgrimsroutes bestaan er naast de Portugese Camino langs de kust?
Er zijn heel wat manieren om Santiago te bereiken, en elke route heeft z’n eigen karakter. Het mooie is dat de Camino niet één route is, maar een heel netwerk van belangrijkste pelgrimsroutes dat door Noord- en West-Spanje loopt. Dit zijn de bekendste:
– Camino Francés → De populairste route: ze loopt dwars door Noord-Spanje vanaf Saint-Jean-Pied-de-Port (Frankrijk) . Veel pelgrims starten in Sarria omdat je van daaruit de minimale 100 km aflegt om de Compostela te krijgen. Het is de drukste route en er zijn veel voorzieningen.
– Camino del Norte → Volgt de kust van Noord-Spanje van Irún tot Santiago. Spectaculaire landschappen met zee en bergen, maar fysiek zwaarder. Ideaal als je uitzichten wil en minder drukte zoekt.
– Camino Primitivo → Vertrekt vanuit Oviedo en wordt gezien als de oudste en meest authentieke Camino. Bergachtiger en rustiger, perfect als je natuur en stilte zoekt.
– Camino Inglés → Dit is de route die pelgrims volgden die per boot uit Engeland of Ierland aankwamen. Ze start in Ferrol of A Coruña en is korter (ongeveer 120 km vanaf Ferrol), ideaal als je weinig dagen hebt.
– Camino de Invierno → Alternatief voor het laatste stuk van de Francés wanneer er sneeuw ligt in O Cebreiro. Loopt door de Ribeira Sacra: een heel rustige streek vol wijngaarden en kloosters, met weinig pelgrims.
Elke route heeft z’n charme: als je zoekt naar zee en frisse bries, kies je de Portugese kustroute; als je bergen en stilte wil, de Primitivo; en als je valt voor geschiedenis en die typische pelgrimssfeer, dan is de Francés top. Ze komen allemaal op dezelfde bestemming uit, maar elke route verandert je op een andere manier.
Reacties
Je reactie wacht op moderatie. Zodra die is goedgekeurd, verschijnt hij hier.
Reacties worden binnenkort geactiveerd. Probeer het later opnieuw.
Je reactie kon niet worden verzonden. Controleer de velden en probeer het opnieuw.
Laat een reactie achter